Unilever

Nexit en de ondeugdelijke 11 miljard belastingclaim

Door: Daniel Osorno Van Wissen

Nederland is enorm populair bij multinationals. Men is zich ervan bewust dat multinationals die zich in Nederland vestigen goed zijn voor de welvaart, omdat dit de economie en de werkgelegenheid in het land bevorderen.[1] De populariteit is onder andere te danken aan het feit dat Nederland tot de top van de wereld behoort als het gaat om het faciliteren van belastingontwijking door bedrijven en burgers.[2] Zo heft Nederland bijvoorbeeld pas sinds de ingang van 1 januari 2021 bronbelasting over vergoedingen voor het gebruik van intellectueel eigendom.[3] In tegenstelling tot het ontduiken van belasting, is het ontwijken ervan niet illegaal. Wel neemt de druk op multinationals om met dit gedrag te stoppen steeds meer toe. Daarom is het de vraag wat er met grote multinationals, zoals Unilever en Shell zal gebeuren. Zeker naar aanleiding van de grote ontwikkelingen die het afgelopen jaar plaats hebben gevonden. Zo werd het wetsvoorstel conditionele eindafrekening dividendbelasting op 10 juni 2020 in het leven geroepen.[4] Deze wet zou bij invoering als gevolg hebben dat er 15 procent dividendbelasting zou moeten worden afgerekend bij grensoverschrijdende verplaatsingen van vennootschappen uit Nederland. Een dergelijke wet zou de gaten in de dividendbelasting moeten gaan dichten. Dit gaf aanleiding tot de vraag of Unilever dan alsnog haar hoofdkantoor naar het Verenigde Koninkrijk zou gaan verplaatsen. Het verplaatsen van het hoofdkantoor werd uiteindelijk een feit doordat de tijdsdruk vanwege de toenmalige Brexit onderhandelingen toenam.[5] De zogeheten Nexit van Unilever. Doordat de wet met terugwerkende kracht zou worden ingevoerd, zou Unilever een belastingclaim van 11 miljard euro boven het hoofd hangen. In deze bijdrage wordt het vertrek van Unilever naar aanleiding van de Brexit besproken. Bovendien worden de ontwikkelingen omtrent het Nederlandse wetsvoorstel en de impact die de aankondiging daarvan voor multinationals zoals Unilever heeft gehad besproken.


Brexit: de Walhalla voor Multinationals

De coronacrisis is nog lang niet voorbij en de schade is nu al enorm. Daarnaast zorgt de Brexit voor de kritische en strategische reorganisatie van onder meer Europese multinationals op hun investerings-, vestigings- en ondernemingsklimaat. Niet alleen verkiezen multinationals het Verenigd Koninkrijk boven Nederland, maar ook boven bijvoorbeeld Frankrijk.[6] Dit komt onder andere doordat het Verenigd Koninkrijk ook, net zoals Nederland, aangemerkt wordt als een belastingparadijs: het Verenigd Koninkrijk kent namelijk geen dividendbelasting. Met het wetsvoorstel conditionele eindafrekening dividendbelasting die op 10 juni 2020 in het leven is geroepen, probeert Nederland te voorkomen dat de hoofdkantoren van multinationals onder andere naar het Verenigd Koninkrijk vertrekken. Zo moeten vertrekkende bedrijven, ofwel vennootschappen die een ander land verkiezen boven Nederland, 15 procent dividendbelasting betalen over alle opgebouwde winsten. In de volksmond wordt het voorstel aangeduid als ‘de vertrekboete’. Als dit voorstel het haalt, heeft Nederland bijvoorbeeld een belastingclaim van 11 miljard op Unilever, die door de aandeelhouders van het bedrijf moet worden betaald. Naar aanleiding van een dergelijke belastingclaim houden multinationals, zoals Shell, daarom rekening met de wet en volgen zij daarom niet zomaar het voorbeeld van Unilever op.[7]


De Nexit van Unilever

Afgelopen juni kondigde het toenmalige Brits-Nederlandse Unilever aan Brits te willen worden. De hoop voor de Nederlandse overheid was dat het wetsvoorstel conditionele eindafrekening dividendbelasting afschrikkend zou werken. Echter, Unilever heeft zich van haar besluit niet teruggetrokken en is sinds November 2020 volledig Brits geworden. Het verhuizen van Unilever zou niet moeten worden gezien als vertrekken. De juridische keuze om voor één nationaliteit te kiezen, werd namelijk verkeerd geïnterpreteerd, zo stelt de CEO van Unilever, Alan Jope, in een interview voor het Financiële Dagblad. [8] Volgens hem had het vertrek geen fiscale redenen, maar was dit een belangrijke strategische stap die het bedrijf al decennialang wilde maken. Het hebben van enkel één nationaliteit zorgt namelijk voor minder obstakels bij juridische overnames en afsplitsingen. Negentig jaar lang was Unilever een Nederlands én een Brits bedrijf, waarom heeft het bedrijf dan niet de Nederlandse nationaliteit gekozen boven de Engelse? Unilever heeft dus weldegelijk geprobeerd een Nederlands bedrijf te worden, maar de Britse aandeelhouders namen hier een opstandige houding tegenover, stelt de CEO verder in zijn interview. Met als uitkomst een Brits-Unilever.

 

Ontwikkelingen Omtrent het Wetsvoorstel

Het wetsvoorstel conditionele eindafrekening dividendbelasting heeft inmiddels allerlei benamingen. De meest voorkomende termen zijn de ‘vertrekboete’ de ‘verhuisboete’, de ‘exitheffing’ en omdat het nauw verweven is met het vertrek van Unilever wordt het ook wel de ‘Unilever-wet’ genoemd.[9] Als de wet wordt aangenomen, zal die voor elk bedrijf gaan gelden. Iedereen die naar een belastingwalhalla wil vertrekken, moet dientengevolge15 procent dividendbelasting betalen. Hoewel dit voor de voorstanders van deze wet als muziek in de oren klinkt, lijkt het erop dat de wet in strijd is met algemene beginselen, zoals zorgvuldigheid en rechtszekerheid en daarnaast met allerlei internationale verdragen. Unilever ging er ook van begin af aan vanuit dat de belastingclaim van 11 miljard ondeugdelijk was.

 

Ondertussen hebben verschillende partijen zich over het voorstel uitgesproken en doen de moed van de haalbaarheid van de wet in de schoenen zinken. De wet is niet alleen door de beste juridische en financiële adviseurs van Unilever bekritiseerd, maar ook door de Raad van State en andere Nederlandse juridische wetenschappers. De Raad van State nam als standpunt in dat het niet verantwoord is om multinationals met een nieuwe belasting te weerhouden uit Nederland te vertrekken. Zij raadt het dan ook af om de ‘exitheffing’ tegen multinationals in te gaan voeren.[10] Naar aanleiding van het advies van de Raad van State bracht prof. dr. Kavelaars, hoogleraar fiscale economie, op verzoek van de Tweede Kamer een rapport uit, waarin hij onderzoek deed naar de houdbaarheid van de wet. Hieruit blijkt dat het wetsvoorstel niet alleen in strijd is met het EU-recht, maar dat het ook onuitvoerbaar en inconsistent is.[11] Daarnaast spreekt prof. dr. Weber, hoogleraar European Corporate tax law, zich in zijn factsheet om dezelfde redenen negatief uit over het voorstel. Volgens Weber creëert de ‘exitheffing’ onder het internationale belastingrecht dubbele belasting.[12] Juist om dubbele belasting te voorkomen, zijn er in het internationale belastingrecht en in het belastingrecht van de Europese Unie beginselen zoals het value creation beginsel uitgebracht. Dit beginsel houdt in dat belasting alleen wordt betaald daar waar de feitelijke economische activiteit voordoet.[13] Dit beginsel ter bestrijding van belastingontwijking is fundamenteel op internationaal niveau en is bijvoorbeeld neergelegd in de EU Anti-belastingontwijkingsrichtlijn (de ATAD).[14] Tot slot stelt Weber dat de conditionele eindafrekening in strijd komt met een goede werking van de interne markt, het tot marktverstoringen leidt en tot slot dat het in strijd is met de rechtszekerheid voor de belastingplichtigen.

 

Het begin van het Einde

Door de bovenstaande factoren staat het wetsvoorstel conditionele eindafrekening dividendbelasting op een gladde baan. Het verslag dat de Tweede Kamer op 11 december 2020 heeft uitgebracht, lijkt zich op het standpunt te stellen dat er nogal wat haken en ogen aan het wetsvoorstel zitten. Niet alleen de juridische factoren zijn een probleem, maar ook economische factoren, zoals de financiële derving wanneer multinationals naar het buitenland vertrekken.[15] Daarnaast is het de vraag of multinationals als gevolg van de wet in de toekomst nog wel naar Nederland willen verhuizen. Hierbij gaat het om bijvoorbeeld Spaanse, Franse, Italiaanse maar ook grote Amerikaanse bedrijven. Deze bedrijven zouden zich belemmerd voelen, nu Nederland door het aannemen van deze wet voor deze bedrijven geen walhalla meer zou zijn. Bovendien, nu het Kabinet-Rutte III is gevallen, is het maar de vraag of de wet naar aanleiding van de toeslagenaffaire daadwerkelijk uitvoerbaar is voor de Belastingdienst. Het is in ieder geval duidelijk dat het hoofdkantoor van Unilever inmiddels naar het Verenigd Koninkrijk is verhuisd en dat de CEO misschien niet eens een gok waagt met de 11 miljard belastingclaim. Als de wet wordt aangenomen, is de kans klein dat die stand zal houden bij de rechter, omdat het in strijd is met verschillende beginselen en belastingverdragen die zowel van het Europees als het internationaal recht afkomstig zijn.

 

[1] L. Cremers & M. Kaal, Flitspeiling Vestigingsklimaat Nederland. (Onderzoek in opdracht van het ministerie van EZK.

[2] Madelyn Brown, e.a., ‘The State of Tax Justice 2020: Tax Justice in the time of COVID-19’ (Report, Tax Justice Network) (United Kingdom) 19 november 2020.

[3] ‘Kabinet pakt met nieuwe bronbelasting op dividendstromen belastingontwijking verder aan’, Rijksoverheid.nl 29 mei 2020.

[4] Kamerstukken II 35523, nr. 1.

[5] W. Dekker, ‘Klap voor Rutte: hoofdkantoor Unilever naar Londen’, De Volkskrant 11 juni 2020.

[6] G. Langendorff, ‘Ondanks brexit verkiezen multinationals Londen boven Amsterdam of Parijs’, Het Parool 3 augustus 2020.

[7] H. van Zon, ‘Nederland verliest mogelijk haar allergrootste bedrijven’, Het Parool 4 juli 2020.

[8] L. van der Velden & P. Couwenbergh, ‘Topman Unilever over de vijandigheid in Nederland: 'De kritiek op multinationals is ongebruikelijk’, Het Financieele Dagblad 12 december 2020.

[9] L. van der Velden & U. Jonker, ‘De man die Unilever en Shell de stuipen op het lijf gaat’, Het Financieele Dagblad 22 december 2020.

[10] L. Berentsen, ‘Raad van State adviseert tegen exitheffing voor multinationals’, Het Financieele Dagblad 9 oktober 2020.

[11] Prof. dr. Peter Kavelaars, ‘Wetenschappelijk Factsheet inzake Spoedwet conditionele eindafrekening dividendbelasting’, bijlage bij kamerstukken II 35523

[12] Prof. dr. Weber, ‘Wetenschappelijk Factsheet inzake Spoedwet conditionele eindafrekening dividendbelasting’, bijlage bij kamerstukken II 35523

[13] OECD, Action plan on Base Erosion and Profit Shifting, 2013, p. 10 en 14.

[14] Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt. (PbEU 2016, L 193)

[15] Kamerstukken II 35523, nr. 10.