Vrouwenemancipatie: een overzicht

door:
Tegenwoordig is het heel normaal dat vrouwen stemmen bij verkiezingen, een auto kopen of gewoon door blijven werken na huwelijk en kinderen. Toch was dat vroeger heel anders. Fiat Justitia stelde een overzicht samen van belangrijke wetten op het gebied van de vrouwenemancipatie.

Vrouwenkiesrecht (1919)
Allereerst natuurlijk het welbekende vrouwenkiesrecht, dat overigens nog geen 100 jaar oud is.
Bij de wijziging van de Grondwet in 1917 werd het passief kiesrecht voor zowel mannen als vrouwen mogelijk gemaakt. Vrouwen konden dus nog niet zelf hun stem uitbrengen, maar wel verkozen worden, en met Suze Groeneweg van de SDAP had Nederland in 1918 haar eerste vrouw in het parlement. In 1919 kregen vrouwen ook actief kiesrecht, wat zij konden uitoefenen bij de verkiezingen van 1922. Een eerste belangrijke stap voor de emancipatie van de vrouw!

Motie-Tendeloo (1955)
In de jaren ’50 diende PvdA-kamerlid Corry Tendeloo een motie in tegen het ontslag van getrouwde vrouwen in overheidsfuncties. Het was toendertijd de norm dat vrouwelijke ambtenaren de dag na hun bruiloft hun ontslag kregen aangezegd, omdat zij na hun huwelijk toch huisvrouw en -moeder zouden worden. Deze motie maakte daar een eind aan, en zorgde dat vrouwen gewoon door konden blijven werken en zo hun eigen geld konden verdienen.

Handelingsbekwaamheid (1956)
Na de motie-Tendeloo kreeg de (getrouwde) vrouw een jaar later dan ook eindelijk handelingsbekwaamheid.
Vóór 1956 kon een gehuwde vrouw geen auto of huis kopen, bankrekening openen of andere wettelijke handelingen verrichten zonder schriftelijke toestemming van haar man. Gehuwde vrouwen waren handelingsonbekwaam en werden in het wetboek in één adem genoemd met misdadigers, zwakzinnigen en kinderen. Een bizarre situatie. Een man kon bijvoorbeeld, als hij in gemeenschap van goederen was getrouwd, niet alleen zijn eigen loon, maar ook het geld van zijn echtgenote totaal verdrinken of vergokken, terwijl zij andersom geen cent van de bankrekening kon opnemen zonder zijn toestemming. Een man kon ook besluiten de kinderen naar een buitenlandse kostschool te sturen, of op zijn sterfbed een voogd over zijn nageslacht aanwijzen in wie zijn echtgenote geen enkel vertrouwen had. Ook hierover had zij wettelijk gezien niets in te brengen.
Met deze wet werden vrouwen niet langer meer als achtelijk gezien, en konden zij zelf verzekeringen afsluiten of hun eigen loon opnemen van de bank. Wederom een grote stap voorwaarts.

Man niet langer ‘het hoofd van de echtvereniging’ (1971)
In de jaren ’70 werd de frase ‘de man is het hoofd van de echtvereniging’ uit het wetboek geschrapt, waardoor de echtelieden gelijkwaardig werden. Dit onder invloed van de Tweede Feministische Golf, die al een aantal jaren in Nederland haar invloed deed gelden.

style=float:

Wet gelijk loon voor mannen en vrouwen (1975)
Al in 1951 had de Internationale Arbeidsorgansiatie (ILO) een conventie opgesteld over gelijke beloning van mannen en vrouwen voor arbeid van gelijke waarde. Nederland ratificeerde deze pas 20 jaar later, en de Wet gelijk loon voor mannen en vrouwen werd aangenomen. Je kunt je afvragen of dit zin heeft gehad, want vrouwen verdienen anno 2013 nog steeds 18,5% minder dan mannen! Toch is het goed dat wetgeving vastlegt dat een man en een vrouw evenveel horen te verdienen voor hetzelfde werk.

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (1980)
Een richtlijn van de EG dwong de Nederlandse totstandkoming van de Wet Gelijke Behandeling van mannen en vrouwen af. In de wet wordt onder andere vastgelegd dat er geen onderscheid mag worden gemaakt in werk, arbeidsvoorwaarden, onderwijs, sociale zekerheid en beeindiging van de arbeidsovereenkomst. Vooral het laatste punt heeft tot veel protest geleid: men vond het niet kunnen dat een mannelijke kostwinnaar ontslagen zou worden terwijl een moeder of een alleenstaande vrouw wel in dienst bleef. Gelukkig denken we daar tegenwoordig anders over.

VN-Vrouwenverdrag (1981)
Het Vrouwenverdrag van de Verenigde Naties, voluit het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, werd in 1979 aangenomen en trad in 1981 in werking. In 2012 hadden 189 landen het verdrag geratificeerd, al hebben sommige landen wel voorbehouden gemaakt.

Wet afbreking zwangerschap (1984)
Een ander belangrijk speerpunt van de feministen uit de Tweede Golf was seksuele vrijheid, en daarbij het recht op anti-conceptie en abortus. Als een vrouw ongewenst zwanger werd, kon dat een aanslag betekenen op haar carrière, gezinsleven en financiële status. In 1981 werd de Wet afbreking zwangerschap met een nipte meerderheid aangenomen in de Eerste Kamer, en de wet trad in 1984 in werking. Hierdoor werd abortus gelegaliseerd en aan regels onderworpen.
Een aborterende arts heeft een strafuitsluitingsgrond (oftewel de abortus is legaal) wanneer de vrouw verklaart zich in een noodsituatie te bevinden. De beslissing hierover ligt soeverein bij de vrouw, de vader van de foetus heeft hier niets over te zeggen.

Erkenning bestaan van verkrachting binnen het huwelijk (1991)
Pas in 1991 erkende men dat gedwongen seks binnen het huwelijk wel degelijk verkrachting oplevert. Eerder was dat nog niet zo, maar een huwelijk is natuurlijk nog geen vrijbrief om naar believen je partner te bestijgen tegen haar wil. Onder invloed van de feministische beweging en de veranderde maatschappelijke consensus werd dit strafbaar gesteld in artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht. Overigens werd verkrachting met deze wetswijziging sekseneutraal gemaakt, zodat ook de verkrachting van een man eronder kon vallen.

Algemene Wet Gelijke Behandeling (1994)
De AWGB is een uitwerking van artikel 1 van de Grondwet en verbiedt discriminatie op o.a. ras, godsdienst, en natuurlijk ook geslacht. Meer van dit soort anti-discriminatoire bepalingen zijn te vinden in het EVRM en het IVBPR. Verder kent het Werkingsverdrag van de EU ook een aantal bepalingen waarin staat dat de EU zich als doel stelt de gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen.