Angst voor moslims

door:
“Hoe meer je die lui hun zin geeft, hoe meer eisen ze gaan stellen en ze voelen zich hier al oppermachtig, het wordt tijd we hun het een en ander afhandig gaan maken.” of “Heeft iemand een bomgordel? Ren ik wel naar binnen! Voor een echt goed doel!”. Dit soort heftige uitingen (in perfect Nederlands...) kom je vaak genoeg tegen op de sociale media Facebook en Twitter. Maar waar komt deze zogenoemde moslimhaat vandaan? Een korte uitleg van het begrip islamofobie en de herkomst hiervan.

Het woord islamofobie is ontstaan naar analogie van de begrippen xenofobie en homofobie. Fobie komt uit het Oudgrieks en betekent letterlijk angst. De Britse Runnymede Trust definieerde islamofobie in zijn boek Islamophobia: a challenge for us all als: ‘ongefundeerde vijandigheid tegenover de islam en daarom angst en afkeer van alle of de meeste moslims’. Er kwam echter veel kritiek op deze definitie. Er zijn dan ook meerdere definities van islamofobie, zoals de onderstaande:

Islamofobie is het construeren van een negatieve, generaliserende en essentialistische definitie van islam die leidt tot het maken van een hiƫrarchisch onderscheid tussen niet-moslims en moslims. Dit gebeurt om de moslims als groep te problematiseren op basis van hun religie.

Islamofobie is de discriminatie van de arbeidsmigranten die naar de westerse landen trokken en hun nakomelingen. In Nederland zijn de moslims niet altijd de gediscrimineerde minderheidsgroep geweest. In de jaren 60 waren dit de Zuid-Europese gastarbeiders, in de jaren 70 de Surinamers en pas later de Turken en Marokkanen. Na verloop van tijd werd religie meer gezien als iets wat meest bepalend was voor de groepsidentiteit, terwijl dit eerst nationaliteit, etniciteit en verblijfstatus waren. Omdat de moslims een bepaald geloof aanhingen, dat anders was, gaf dit reden tot discriminatie.

In 1979 werd Iran een Islamitische republiek, dit was onder het regime van Khomeini. Later vond de Rushdie-affaire plaats in het Verenigd Koninkrijk waarna een oorlog volgde in de Golfregio. Na de Koude Oorlog, eind jaren tachtig, kwam de Islam op als een nieuw vijandbeeld van de westerse wereld.

Na 9/11 werden de moslims steeds meer in verband gebracht met geweld en terrorisme. Hierna kwam namelijk ook het begrip war on terror van president Bush op. De bedoeling van de war on terror was om Al Qaeda en andere militante Islamitische groepen te vernietigen. De dood van Theo van Gogh in 2004 heeft ook nog eens bijgedragen aan de slechte gedachten over moslims.

Nu worden Islamitische burgers vaak niet alleen gezien als bedreiging van de veiligheid maar ook van Europese culturele waarden en de cultuur zelf.

Islamofobie is dus een recent begrip, maar geen recent verschijnsel. De islamofobie kent recent een opleving. Het begrip wordt steeds meer gebruikt

Na al deze verschijnselen hebben lokale gebeurtenissen er ook voor gezorgd dat de moslims steeds meer apart kwamen te staan. Intellectuelen, politici en media (denk aan schrikbeelden van vrouwen in boerka) hebben een eigenstandige rol gespeeld in de ontwikkeling van islamofobie. Ook de veel voorkomende jeugdproblematiek en criminaliteit heeft hier een rol in gespeeld. Daarnaast hebben de moslims hun identiteit ook in Nederland geuit, door bijvoorbeeld gebedshuizen te bouwen. Dit heeft ook in beperkte mate voor islamofobie gezorgd. Uit onderzoek is gebleken dat een overgrote meerheid van de migranten uit islamitische landen, en hun nakomelingen, zich primair identificeert als moslim.

Er zijn echter ook mensen die vinden dat Islamofobie een slechte benaming is. Islamofobie is namelijk gewoon racisme, maar er wordt gedaan alsof het een angst is die lijkt op angst voor bijvoorbeeld spinnen. Dit zorgt er dan ook voor dat men uitingen kan doen over moslims, aangezien het toch gaat om een angst. Islamofobie wordt dan gebruikt als legitimering. Verder zou islamofobie geen racisme zijn aangezien moslims niet onder een bepaald ras vallen.