De geschiedenis van de EU

Het ontstaan en de toekomst van de Europese Unie

Door: Tobias Blokhuis 

In 1951 besloten Frankrijk, West-Duitsland, Italië, Nederland, België en Luxemburg om het Verdrag van Parijs te ondertekenen. Het verdrag zag erop toe de productie van staal en kolen door Frankrijk en Duitsland te reguleren onder een hogere autoriteit. Het doel hiervan was om een nieuwe oorlog tussen deze twee aartsvijanden materieel onmogelijk te maken. Wat begon als een klein verdrag tussen zes staten, groeide in de jaren die daarop volgden uit tot een uit 27 landen bestaand statenverband met als doel het aanpakken van het vergaande nationalisme dat tot dusver het continent teisterde. Sinds het oprichten van de Europese Unie zijn er in Europa grote veranderingen te zien. Burgers van de lidstaten hebben meer vrijheden en rechten in andere landen van de EU, de grenzen tussen de staten zijn geopend en daarnaast is de handel binnen deze landen vergemakkelijkt. De Unie heeft het overgrote deel van het continent verenigd onder naam, valuta en economie. Velen vinden de invloed van de Europese Unie nog steeds een groot voordeel. Echter, de groeiende macht van deze supranationale unie valt niet bij iedereen goed.  Zo zijn er landen zoals Zwitserland en Noorwegen die een sterke samenwerking hebben met de Unie, maar niet officieel zijn ingetreden. Het grootste voorbeeld van een bij sommige inwoners groeiend anti-EU gevoel, is natuurlijk het Verenigd Koninkrijk die na 31 januari 2020 na veel onderhandelen officieel de EU verliet. Maar, hoe ziet de geschiedenis en totstandkoming van de EU er precies uit? Wat zijn de kansen voor de toekomst van de EU?

De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

In 1952 werd het Verdrag van Parijs van kracht. Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, West-Duitsland en Italië vonden het verstandig om de controle over zware industrie af te staan aan een organisatie die boven de landen stond. Dit samenwerkingsverband had als doel om het wederzijdse wantrouwen tussen voormalig vijanden Duitsland en Frankrijk weg te nemen en om zo een nieuwe Wereldoorlog te voorkomen. De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (hierna: EGKS) wordt gezien als het verdrag dat als bron staat voor de latere Europese Unie. Naast het voorkomen van oorlog had het EGKS-verdrag ook als doel om de economie, handel en werkgelegenheid in de lidstaten te bevorderen. Het verdrag schafte handelsbelemmeringen, zoals invoerrechten, op kolen en staal af. Ook voorzag het samenwerkingen op verschillende gebieden zoals investeringen, productie, lonen, verkeer en handel met andere landen. Hoewel de EGKS nu niet meer bestaat, zijn de voordelen ervan nog wel te merken. Het hieruit voortvloeiende beleid is namelijk opgenomen in de huidige beleidsregels van de EU.[1]

De EURATOM en de EEG

In 1957 werd de Europese samenwerking uitgebreid door het tekenen van het Verdrag van Rome. Bij ingang van dit verdrag werden er twee nieuwe gemeenschappen in het leven geroepen. De Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna: EURATOM) en de Europese Economische Gemeenschap. (Hierna: EEG) De EURATOM ontstond naar aanleiding van de Suezcrisis in 1956. Europa werd zich toen bewust van het feit hoe ernstig hun afhankelijkheid van olieleveranties uit het Midden-Oosten was geworden. Dit zette de zes toenmalige lidstaten ertoe aan om kernenergie te gaan ontwikkelen, om zo voor hun eigen energievoorziening te kunnen zorgen. De activiteiten van de EURATOM worden uitgevoerd door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek, gevestigd in Karlsruhe, Geel en Petten.[2] Hoewel de EGKS het oorspronkelijke verdrag is, wordt de EEG erkend  als de voorloper van de huidige Europese Unie. De EEG werd opgericht om de samenwerking tussen de Europese landen te bevorderen. Tussen de lidstaten ontstond een gemeenschappelijke markt en de handelstarieven op veel producten werd verwijderd.

De EEG werd opgericht met als streven om het onstabiele Europa van na de Tweede Wereldoorlog naar duurzame vrede te brengen. De macht van de EEG lag in handen van de drie nog steeds bekende politieke instellingen: de Raad vertegenwoordigde de regeringen van de deelnemende landen, het Parlement vertegenwoordigde de bevolking van de lidstaten en de Commissie vertegenwoordigde de Europese belangen. Het Parlement had ten tijde van de EEG nog weinig macht. Het adviseerde de Raad en de Commissie enkel over de voorstellen. Echter, dit advies werd vaak genegeerd. [3]

Door het Verdrag van Brussel, getekend in 1965, werden de EGKS, de EURATOM en de EEG samengevoegd onder de naam van de “Europese Gemeenschappen” (hierna: EG). De EG maakte gebruik van dezelfde instellingen als de EEG.[4]

Pijlerstructuur van de Europese Unie

Met de ingang van het Verdrag  van Maastricht in 1993, ook wel het ‘EU-verdrag’ genoemd, werd officieel de Europese Unie opgericht, maar dit is nog niet de Unie zoals wij deze nu kennen. De EU maakte gebruik van een pijlerstructuur. De pijlers werden opgericht, omdat de lidstaten niet bereid waren om bij alle beleidsterreinen over te gaan op een meerderheidssysteem in tegenstelling tot het systeem van unanimiteit, wat vaak leidde tot veto’s.

De eerste pijler van de EU bevatte haar oudste en belangrijkste taken: het economisch beleid, de interne markt, het monetaire beleid, het landbouwbeleid en de handelspolitiek. In deze pijler werd een meerderheidsstem wel geaccepteerd en had als voordeel dat de EU besluitvaardiger en slagvaardiger werd.

Onder de tweede pijler viel de samenwerking in het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. (Hierna: GBVB) Hier stond het buitenlands en defensiebeleid ten opzichte van de buitenwereld centraal.

Ten slotte omvatte de derde pijler het beleid op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. (Hierna: JBZ) Hierbij ging het bijvoorbeeld om de bestrijding van criminaliteit, terrorisme en drugshandel. Asiel- en migratiebeleid werd rond 2000 overgeplaatst naar de eerste pijler.[5]

De Europese Unie

De huidige Europese Unie vindt haar oorsprong dus in vele verschillende verdragen. Echter,  na 2009, met de ondertekening van het Verdrag van Lissabon, zijn daar nog maar twee van over. Door het Verdrag van Lissabon schafte de EU de pijlerstructuur af en nam zij de taken van de EG, het GBVB en de JBZ over. Het enige verdrag dat nog op zichzelf staat, is het EURATOM-verdrag. Sinds de start van de samenwerking in 1952 heeft de Unie een proces van uitbreiding meegemaakt, waardoor in 1996 er naast de oprichtende landen de volgende landen lid waren: Denemarken, (een verenigd) Duitsland, Finland, Griekenland, Ierland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Per 1 mei 2004 traden Estland, Letland, Litouwen, Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Malta en Cyprus ook toe aan deze lijst. Daarop volgden in 2007 Bulgarije en Roemenië. Met als laatste in 2013 de toetreding van Kroatië. Er zijn toetredingsonderhandelingen gaande met Turkije, Macedonië, Montenegro, Albanië en Servië. Landen als Zwitserland en Noorwegen zijn formeel geen lid van de Europese Unie, maar nemen wel deel aan tal van EU-programma's en overeenkomsten. [6]

Het Hof van Justitie van de Europese Unie

Ook niet geheel onbelangrijk is het laatste orgaan van de EU: het Hof van Justitie van de Europese Unie. (Hierna: HvJ-EU) Het HvJ-EU is de overkoepelende organisatie voor de bestaande hoven van de EU. Met de oprichting van de EGKS in 1952 werd ook het Hof van Justitie opgericht. Het Hof van Justitie ziet toe op de naleving en de toepassing van de regelgeving in de verdragen. Het Hof doet uitspraken in geschillen tussen lidstaten, EU-instellingen, bedrijven en individuen waar EU-wetgeving aan de orde is. In 1988 werd hier het Gerecht aan toegevoegd. De functie van het Gerecht is onder andere de behandeling van beroepszaken tegen instellingen, organen en instanties. Toezicht op de uitleg van de verdragen en toepassing van het gemeenschapsrecht vallen onder het Hof van Justitie. [7]

De toekomst van de Europese Unie

De Unie is in haar geschiedenis dus uitgegroeid van een kleine, maar toonzettende overeenkomst tussen zes landen, tot een 27 lidstaten omvattend statenverbond. Echter,  het verlaten van de EU door het Verenigd Koninkrijk schept wel vragen over de toekomst. Volgend op de kritiek van het Verenigd Koninkrijk op de EU is er wel een vraag boven komen drijven: in wat voor Unie willen wij leven? Om een antwoord op deze vraag te vinden, is de Conferentie over de Toekomst van Europa in het leven geroepen. Deze conferentie loopt van 2020 tot 2022. Burgers moeten centraal staan tijdens de gesprekken over de hervorming van de EU, zeiden Europarlementariërs in een resolutie op 15 januari, waarin ze hun visie op de komende conferentie over de toekomst van Europa formuleren. Nu door de coronacrisis ook de Europese markt een harde klap heeft gekregen, is het nog maar de vraag of de EU hiervan kan herstellen zonder het roer om te gooien. De Duitse regering is overtuigd dat de EU op een belangrijk kruispunt staat, dat het om meer gaat dan ‘slechts’ het bestrijden van een pandemie en een recessie en dat de toekomst van de Europese samenwerking in het geding is. Drastische gebeurtenissen rechtvaardigen drastische maatregelen, is dus de Duitse lijn.[8] [9] [10]

Hoewel de geschiedenis van de EU laat zien hoe sterk een verenigd Europa kan staan, staat de toekomst op een wankele voet. Welke richting het op gaat, is nog onduidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat er iets moet veranderen. Waar de EU in het verleden voor welvaart en kansen heeft gezorgd, zorgt de huidige koers voor verdeeldheid en instabiliteit. Wellicht is het tijd voor Europa om gezamenlijk een sterkere positie aan te nemen, in een wereld waar grootmachten als de VS en China de dienst uitmaken is niet onredelijk om te denken dat het enige redmiddel het creëren van een even grote macht is.


[1] ‘Verdrag tot oprichting van een Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal’, europa-nu.nl

[2] ‘Europese Gemeenschap voor Atoomenergie’, europa-nu.nl

[3] ‘Europese Economische Gemeenschap’, europa-nu.nl

[4] ‘Europese Gemeenschappen’, europa-nu.nl

[5] ‘Pijlerstructuur van de Europese Unie’, europa-nu.nl

[6] ‘Europese Unie (EU)’, europa-nu.nl

[7] ‘Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU)’, europa-nu.nl

[8] G van Enthoven, 'We moeten het echt gaan hebben over de toekomst van Europa', Trouw 2020

[9] ‘Toekomst van Europa: de hervorming van de EU’, europa-nu.nl

[10] S Lindhout, ‘Merkel vreest voor de toekomst van Europa’, De Volkskrant 2020