Uitgebracht folterrapport CIA in de war on terror: toelaatbaar of niet?

door:
De Amerikaanse inlichtingendienst CIA is ernstig in verlegenheid gebracht door het recent uitgebrachte ‘folterrapport’ waarin toegepaste verhoormethoden in het kader van de ‘war on terror’ voor het eerst naar buiten komen. Het verhoorbeleid is tijdens de regeringsperiode van George W. Bush tot stand gekomen naar aanleiding van 9/11.

Dianne Feinstein, hoofd van de inlichtingencommissie van de Senaat, heeft de resultaten na vijf jaar onderzoek gepubliceerd. Dat het rapport zeer omstreden is, blijkt wel uit de verschillende verhoortechnieken die naar voren komen: gedetineerden werden met de dood bedreigd en werden soms wekenlang uit hun slaap gehouden, waarbij regelmatig het waterboarden werd toegepast en rectaal water werd toegediend. De omstandigheden waarin de gedetineerden moesten leven, logen er bovendien niet om: ze zaten vast in kerkachtige ruimten en werden blootgesteld aan kou. Een van hen stierf zelfs aan de vloer geketend.

‘Wat de CIA deed was een vlek op onze waarden. Die vlek valt niet meer te verwijderen, maar het laat ons volk en de wereld zien dat Amerika groot genoeg is om toe te geven als het iets verkeerds doet en genoeg vertrouwen in zichzelf heeft om te leren van zijn fouten. Het bewijst dat we een rechtvaardig land zijn dat leeft naar de wet.’ Feinstein begrijpt dat heel Amerika ten tijde van 9/11 de schuldigen wilde aanpakken. Anderzijds was het martelen onacceptabel.

Tegenstanders

Sinds het rapport is uitgebracht, heerst in de VS de vrees voor nieuw terreur in en vanuit het Midden-Oosten. De CIA reageert defensief op het rapport. ‘De inlichtingen die we dankzij dit programma vergaarden, waren cruciaal voor onze kennis van Al Qaida en blijven dat tot vandaag voor onze strijd tegen het terrorisme.’ Volgens directeur John Brennan heeft het detentie- en verhoorprogramma van de CIA levens gered. Republikeinen beweren dat de onderzoekers selectief waren. Een van hen noemt het rapport zelfs ‘fictie’. Duidelijk is dat het rapport de politieke verhoudingen in Washington op scherp heeft gesteld.

De CIA erkent echter ook fouten te hebben gemaakt, met name in het begin. Na 9/11 werd de inlichtingendienst opeens belast met een grote verantwoordelijkheid, waarop zij niet was voorbereid. Verdachten moesten overal ter wereld worden vastgehouden en worden verhoord. Tijdens dat proces zijn er blijkens het rapport veel fouten gemaakt. Er werd een nieuw regime ontwikkeld door Amerika, waarin Al Qaidafiguren en andere terreurverdachten op buitenwettelijke wijze werden veroordeeld.

‘Unlawful combatant’

De regering-Bush werd na de aanslagen van 9/11 voor de keuze gesteld een nieuwe aanpak te hanteren met betrekking tot de opgepakte terreurverdachten. Zij konden namelijk niet worden bestempeld als krijgsgevangenen, omdat ze geen deel uitmaakten van een regulier leger. Daarnaast was de kwalificatie van ‘gewone misdadigers’ veel te licht. David Addington vormde daarbij de drijvende kracht achter het nieuwe regime.

De voormalig juridisch adviseur verwees naar een gebeurtenis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De regering-Roosevelt besloot destijds acht Duitse saboteurs, die aanslagen wilden plegen op Amerika, voor een militaire commissie te brengen. Deze infiltranten behoorden tot de unlawful combatant, oftewel de buitenwettelijke strijdende partij, omdat ze geen militairen waren maar wel plannen hadden aanslagen op burgerdoelen te plegen. Uiteindelijk kregen zes van hen de doodstraf en de andere twee langdurige celstraffen.

De zaak uit 1942 was voor Addington aanleiding om de veroordeling en gevangenhouding van de opgepakte Talibanstrijders en Al Qaidaleden te laten plaatsvinden buiten het Amerikaanse rechtssysteem. Dit werd gedaan door gevangenen naar landen over te plaatsen die soepele regels hanteren omtrent het martelen. Op die manier werd het Amerikaanse rechtssysteem, dat strenge regels kent tegen marteling, omzeild. Deze methode wordt ook wel rendition genoemd, hetgeen door de CIA werd gebruikt om verdachten te bewerken. De veroordeling verliep echter niet volgens plan. Het Hooggerechtshof bepaalde dat de gevangenen bezwaar mochten maken bij de Amerikaanse rechter tegen hun detentie.

De gevangenen werden uiteindelijk op de marinebasis Guantànamo Bay op Cuba gevangen gehouden. Het personeel op Guantànamo Bay mocht verhoortechnieken als waterboarding toepassen, want zolang er geen sprake is van permanent letsel is er ook geen sprake van marteling, zo beweerden zij. Veel medewerkers hadden echter bezwaar tegen de verscherpte verhoormethoden en sommigen twijfelden aan de effectiviteit ervan. De bewijzen die daaruit voortvloeiden werden bovendien ontoelaatbaar geacht voor de veroordeling van de verdachten. Anderen betogen dat de methoden van groot belang waren voor de opsporing van Osama bin Laden.

In ieder geval zorgt de aanpak van de CIA in de war on terror voor veel discussie, zij het dat de drieduizend doden en de aanslag op het Pentagon nog velen in hun geheugen gegrift staan.