Opgeslagen!
opgeslagen artikelen
0

​Verkiezingen en belastingen: de beloftes en de realiteit

Samenleving

Sjoerd van Mierlo - Over iets meer dan twee weken gaan we naar de stembus. Het politieke debat is langzaamaan op gang gekomen en de verhoudingen worden zichtbaarder. De verkiezingsplannen staan online, deze zijn door het CPB doorberekend en we kunnen ze testen aan onze voorkeur op de stemwijzer. Tijdens de grote televisiedebatten vertellen de partijen aan wie volgens hen meer geld hoort te worden besteed. De ouderen, de zelfstandigen, de studenten, defensie of de zorgbehoevenden. Waar wordt dit van betaald? Belastingen en premies (en een klein beetje gas). Het politieke debat focust zich automatisch op de uitgaven, dit klinkt de stemmers beter in de oren en iedereen begrijpt het. De politieke leiders worden te weinig aangesproken op belastingplannen die simpelweg onmogelijk of te kort door de bocht zijn.

Eerste punt van aanmerking is de CPB-doorberekening. Het CPB berekent wat de plannen van de partijen betekenen voor de economie. Maar qua belastinginkomsten blijft dit giswerk. Ter illustratie: Wanneer een partij voorstelt om in plaats van 20 procent ergens 21 procent over te heffen gaat volgens het CPB de opbrengst van deze belasting omhoog in lijn met de tariefsverhoging, 5% meer belastinginkomsten dus. Maar belastingen beïnvloeden het gedrag, het zou best kunnen zijn dat de opbrengsten door een tariefsverhoging juist lager uitvallen. Bijvoorbeeld: je begrijpt dat de belastinginkomsten voor een Nederlands pompstation aan de Duitse grens niet zullen stijgen wanneer je de accijns op benzine verhoogt. Ook valt te begrijpen dat hoe hoger de belasting op erfenissen of vermogen zijn, hoe groter het risico wordt dat mensen hun geld gaan verstoppen in Zwitserland. Maar belangrijker: hoe hoger het tarief in de inkomstenbelasting, hoe minder mensen gemotiveerd worden om meer te gaan werken, mensen gaan hierdoor bijvoorbeeld niet solliciteren op een hogere functie. En het belangrijkst: hoe hoger het tarief in de vennootschapsbelasting hoe onaantrekkelijker Nederland wordt als vestigingsland. Alle belastingplannen klinken rechtvaardiger ofwel socialer, maar de risico’s moeten ook in kaart worden gebracht.

De discussie omtrent de vennootschapsbelasting leeft omdat multinationals in het nieuws zijn gekomen met een belastingdruk van 5%. Hierdoor wordt de politieke gedachte dat bedrijven geen fairshare bijdragen aan de maatschappij breed gedragen. Mijn idee is dat deze discussie nog eens wordt aangewakkerd door de groeiende inkomensverschillen en de groeiende verschillen in vermogen. Terwijl het maar zeer de vraag is of de vennootschapsbelasting de manier is om dit aan te pakken. Winst gaat namelijk naar de aandeelhouders, een natuurlijk persoon, en daar wordt ook belasting geheven. Dan zit je werkelijk bij de bron waar politiek kan worden bepaald of het wenselijk is dat deze personen zwaarder worden belast. Ook de topinkomens van de bestuurders van Starbucks worden niet lager door een hoger vennootschapsbelastingtarief.
Het feit dat multinationals op een lagere belastingdruk uitkomen dan het geldende belastingtarief laat zien dat het hier gaat om de grondslag, het vaststellen van de winst. Wanneer belastingontwijking moet worden aangepakt moet dit dus gebeuren door regels omtrent de grondslag. En de enige wijze waarop dit kan gebeuren zonder risico’s te nemen voor het vestigingsklimaat zijn internationale afspraken. Nu Groot-Brittannië al heeft laten doorschemeren belastingconcurrentie niet te schuwen om aantrekkelijk te blijven voor bedrijven zal dit traject alleen maar ingewikkelder worden. Daarnaast mag ook worden gezegd dat er hard wordt gewerkt om belastingontwijking tegen te gaan, het BEPS-project van de OECD, CCCTB-regels voor de grondslag voor de EU, miljarden die multinationals moeten terugbetalen omdat zij staatssteun genoten door de belastingafspraken.
De VVD wilt een lager vennootschapsbelastingtarief om Nederland aantrekkelijk te houden voor buitenlandse bedrijven. De PvdA pleit daarentegen juist voor een hoger tarief voor de vennootschapsbelasting. Hun eigen Dijsselbloem pleitte 4 maanden geleden nog juist voor een verlaging van het tarief. Zoals hierboven beschreven brengt een verhoging van het tarief in de CPB-berekening meer geld op. De risico’s voor de werkgelegenheid op de lange termijn zijn echter reëel, omdat het samenhangt met de aantrekkelijkheid als vestigingsland.
GroenLinks spant de kroon in het selectief aanleveren van informatie aan het CPB om gunstig uit de berekening te komen. In het eigen verkiezingsplan pleiten ze voor belastingbestrijding via Europese regelgeving en door toepassing van het bovengenoemde BEPS-project van de OECD. In het CPB-rapport staat echter te lezen dat GroenLinks het tarief van de vennootschapsbelasting wil verhogen en daarnaast de maximale renteaftrek wil beperken. Hierdoor komt GroenLinks er budgettair beter uit, maar dit gaat, mijns inziens, ten koste van een duidelijke en controleerbare visie.
De SP zet ook groot in op de discussie omtrent de multinationals. Belastingontwijking wordt aangepakt, er wordt gestopt met Nederland als belastingparadijs, er komt een miljonairsbelasting. Vervolgens staat nergens hoe dit praktisch moet worden uitgewerkt of wat hier precies mee wordt bedoeld. De D66 doet het, mijns inziens, evenwichtiger. Ze leggen uit dat ze toekomst zien in de CCCTB-regelsvan de EU. Dit heeft ook weer risico’s omdat het geen regels geeft voor het tarief, wat kan leiden tot een 'race to the bottom'. Echter wordt de discussie niet aangewend voor een politiek statement maar wordt er naar een oplossing gezocht.

Natuurlijk is de belasting voor multinationals een belangrijk punt. Maar het is een complex vraagstuk waarbij moet worden bedacht dat de UK zich gaat proberen te onderscheiden met een aantrekkelijk belastingsysteem en ook Trump een nieuw belastingsysteem gaat uitrollen in de VS. Netflix, Google, Uber en Tesla zijn nu gevestigd in Nederland. Deze bedrijven zijn belangrijk voor de werkgelegenheid en de hierdoor groeiende koopdracht, maar ze dragen ook bij aan onze kenniseconomie. Multinationals zijn in veel mindere mate belangrijk voor onze staatsinkomsten door vennootschapsbelasting te heffen. Het politieke debat zou zich moeten richten hoe de partijen denken te komen tot een situatie waarbij de multinationals een eerlijke bijdrage hebben voor de maatschappij en zou niet moeten worden misbruikt als argument om inkomensverschillen aan te pakken of het fictieve CPB-budget op orde te krijgen.

Terug naar boven